woensdag 28 augustus 2013

Assad is een bedreiging voor het westen


Dominosteen Damascus
De Arabische opstand was tot nu toe voor het westen hooguit een gemengde zegen. Het was uiteraard inspirerend om ook in moslimlanden mensen massaal voor vrijheid de straat op te zien gaan. Maar vanuit geostrategisch perspectief maakten de opstanden in landen als Egypte, Jemen en Libië de zaak er bepaald niet overzichtelijker op. Van de zittende dictators kon men onmogelijk beweren dat zij onze democratische idealen ook maar bij benadering vertegenwoordigden. Maar hun gedrag was in ieder geval wel voorspelbaar. Van de opstandelingen in de verschillende landen weten we doorgaans weinig tot niets. En wat we wel weten - zoals bijvoorbeeld in het geval van de Egyptische Moslimbroederschap of de Al Qaeda sympathisanten in Jemen - is niet altijd even hoopgevend. Het maakt het dus lastig te bepalen welke opstand wel te steunen en welke niet.
Van dergelijke aarzeling mag geen sprake zijn in het geval van de opstand in Syrië. Dat het regime van Bashar al-Assad verwerpelijk is, staat buiten kijf, al onderscheidt dat het natuurlijk niet van andere Arabische dictaturen. Wat het wel onderscheidt, is de bijzondere strategische positie van het land binnen het Arabische krachtenveld. Samen met buurland Iran vormt het een as van het kwaad die de regio blijvend destabiliseert. Het sponsort terreurbewegingen als Hamas en Hezbollah. Het fungeert bovendien als doorvoergebied voor terroristen, wapens en geld vanuit Iran naar de rest van de Arabische wereld. Een klassieke schurkenstaat dus.
De opstand die vorige maand begon, heeft het regime van Assad junior steeds meer in het nauw gedreven. Ondanks de inzet van zware geweldsmiddelen (en de hulp van technische adviseurs uit Teheran) lijkt Assad de controle over zijn land steeds meer te verliezen. De concessies aan de demonstranten volgen elkaar in rap tempo op – een nieuwe regering, het ontslag van een gehate politiechef en de aankondiging van een reeks hervormingsmaatregelen gericht op de vorming van een ‘partnerschap’ met de Syrische bevolking. Afgelopen donderdag werd hij zelfs gedwongen tot een belangrijke symbolische maatregel: de staat van beleg, die al sinds 1963 van kracht was, werd met onmiddellijke ingang opgeheven. De demonstranten namen het historische besluit voor kennisgeving aan. Na afloop van het vrijdaggebed ging men weer gewoon de straat op om verdere hervormingen te eisen.
De situatie in het land nadert inmiddels het kookpunt. Of de opstand wordt met bruut geweld neergeslagen, of Assads regime valt en maakt plaats voor... ja, voor wat eigenlijk? Het feit dat Teheran zo nauw met Assad samenwerkt, betekent dat het niet makkelijk zal zijn om opnieuw een pro-Iraanse regering te installeren. Het geeft het westen de kans om de situatie in het land naar zijn hand te zetten. Als men er in slaagt de as Damascus-Teheran te breken, kan men Iran in een volledig isolement brengen en zo misschien zelfs de oplossing van de nucleaire crisis rond dat land dichterbij brengen. Alle reden dus om de druk op Assad te verhogen. Als de dominosteen in Damascus de juiste kant opvalt, zou de Arabische opstand wel eens in een onverwachte westerse triomf kunnen eindigen.

Reblog van DDS met toestemming van auteur Joshua Livestro